Geschiedenis van het dorp - de Teuten.

In de middeleeuwen was Luyksgestel een klein dorp in de uitgestrekte heidemoerassen. Het dorp bestond uit 3 of 4 groepen boerderijen. De mensen leefden van landbouw en veeteelt.

In de veertiende eeuw ontstond er een crisis door verminderde voedselopbrengsten, hongersnoden en pestepidemIe├źn. plattelandsarbeiders moesten een oplossing vinden voor het probleem om aan de kost te komen.

Er leidde een belangrijke handelsweg door de Kempen, van Keulen naar de Vlaamse havensteden Ieper, Gent, Brugge en Antwerpen. De voerlui op die route kwamen meestal uit de Kempen. Langzamerhand werden deze voerlui zelf ook handelaars. Het is waarschijnlijk dat hieruit de Teutencompagnie├źn ontstaan zijn, die voornamelijk handelden in koper en mensenhaar.

De handel van de Koperteuten ging tot in Duitsland en uiteindelijk ook tot in Denemarken, waar ze zich (tijdelijk) vestigden, een fabriek van koperwaar stichtten en veel geld verdienden. Tot het begin van de twintigste eeuw bleven de Koperteuten er actief.

In 1839 werd door een Deen, die met een Teutendochter getrouwd was, aan de Rijt een (tweede) stenen graanmolen gebouwd. Deze heet nu nog 'de Deen'. Het is hier waar ons gilde haar gildehuis heeft.

Veel van de Teuten die met de handel veel verdiend hadden, bouwden in Luyksgestel een boerderij-huis, waar zij als welgestelden voorgoed bleven wonen.

De Teuten hebben een belangrijke invloed gehad op het dorpsleven van Luyksgestel en dus ook op ons Gilde.